Gepost op

Bij de bodem beginnen

Wie herinnert zich nog die tv-reclame: “Dit ies Mario, nieuwe pizzabakker bij Iglo. Moet onderaan biekinne, dè bodem”? Ik moet eraan terugdenken als ik de grond in mijn volkstuin bewerk om straks te kunnen zaaien. Als je op dit moment om je heenkijkt – naar het geel en wit langs de slootkanten bijvoorbeeld – denk je dat het allemaal vanzelf wel opkomt, al dat groen in de natuur.

 

En dat is ook zo, want daar kiezen bloemen en planten een plek waar ze goed gedijen. In de moestuin is het anders. Daar zaaien we bewust allerlei gewassen die van nature níet op die plek voorkomen. En dat zaad moet dan wel in goede aarde vallen. Want als deze geen geschikte structuur of niet de goede voedingsstoffen in de juiste verhouding heeft, kunnen de bietjes en worteltjes weleens op een grote teleurstelling uitlopen. Het begint dus inderdaad allemaal bij de bodem.

Ik ontdek al snel dat er een richtingenstrijd woedt tussen voor- en tegenstanders van de grond omspitten. Volgens de ene groep dé methode om weer goed voorbereid aan een nieuw seizoen te beginnen, volgens de andere dé manier om je bodemstructuur kapot te maken en de vruchtbare bovenlaag kwijt te raken. De ecologische tuinders hangen deze tweede zienswijze aan, dus ik schaar me in dat kamp. Niet te diep spitten, maar wel de grond loswoelen, en het onkruid eruithalen. Onkruid is overigens voor diezelfde tuinders een relatief begrip. Zo kun je een heel aantal soorten eten, zoals brandnetel en zevenblad. Ook kun je uit deze “ongewenste planten” op allerlei manieren organische meststoffen voor je moestuin halen. Dat laatste beschouw ik nu nog maar even als ecologisch tuinieren voor gevorderden…

Met verschillend gereedschap ga ik de bodem te lijf: spade, spitvork, woelvork. Het is nog zoeken naar de handigste methode die de minste spierpijn oplevert. Ik werk de bedden een voor een af en ben nu halverwege. Geen kwestie van “even” de bedjes opmaken dus! Overigens let ik erop dat in ieder bed een andere gewassoort komt dan vorig jaar. Ook dat helpt om de bodem te verbeteren, want elk gewas geeft weer andere voeding af aan de grond en haalt er een andere stof uit. Daarmee voorkom je dat de grond raakt uitgeput. Niet in de laatste plaats gebruik je daarvoor ook mest. Kunstmest in de reguliere land- en tuinbouw, maar dat is voor de ecologische tuinder uit den boze. Die heeft de keuze uit mest van dieren en/of compost van planten. En daarvoor staat dat prachtige compostvat in mijn tuin. Maar dat is weer een verhaal apart.